home zoeken contact

Akkerbouwer Norbert Huijts: "Huidig toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen zorgt voor hoge milieubelasting."

Artikel in het blad Stal en Akker in 1998

NB. Dit is een archief-artikel uit 1998. Diverse feiten die hier benoemd worden, zijn inmiddels verouderd. Zo is het CTB van naam veranderd, bestaat de Mergellandcorporatie helaas niet meer en ben ik dus nu biologisch akkerbouwer in plaats van dat ik geïntegreerd werk, zoals ik toen deed.

Norbert Huijts heeft aan de rand van Voerendaal een geïntegreerd akkerbouwbedrijf. Dat houdt in dat hij alleen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt als het echt niet anders kan. Bij zijn productkeuze staat het aantal milieubelastingspunten centraal. Huijts geeft steeds de voorkeur aan het product, bij goede werking, met het laagst aantal belastingpunten. Met zijn milieubewuste bedrijfsvoering loopt hij regelmatig tegen het toelatingsbeleid van de overheid op. Producten met een lage milieubelasting mag hij bij het ene gewas wel en bij het andere niet gebruiken. In die situaties is Huijts aangewezen op gewasbeschermingsproducten die veel schadelijker zijn voor het milieu. Huijts vindt dat dit niet kan.
"Het is geen makkelijk onderwerp", zegt Huijts aan het begin van ons gesprek op de kasteelboerderij. In het kort legt hij uit hoe de toelating van een gewasbeschermingsmiddel momenteel in Nederland verloopt. "Elke fabrikant of importeur die een middel op de markt wil brengen, moet bij het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) een toelating aanvragen. Bij de aanvraag moet hij resultaten overleggen van onderzoeken zoals die door het CTB zijn voorgeschreven. Voor elk gewas moet hij voor hetzelfde product een aparte toelating aanvragen. De onderzoeks- en aanvraagkosten voor de fabrikant kunnen in de miljoenen lopen.

Aanleiding
(10 juli 1998)

Het niet toelaten van het nieuwe middel Bogard op de Nederlandse markt was voor Huijts de bekende druppel.
"Carbendazim en Benlate zijn middelen we inzetten tegen de bietenschimmelziekte Cercospora. Volgens de milieumeetlat van het CLM zorgen deze twee producten voor een milieubelasting die enkele honderden malen hoger is dan de omgeving, in dit geval het grondwater, aankan. Bogard (met de werkzame stof difenoconazool) is ook werkzaam tegen Cercospora, maar heeft een milieubelasting die wel binnen aanvaardbare waarden ligt. Voor mij is het een raadsel dat dit middel na drie jaar nog geen toelating heeft, terwijl in onze buurlanden Duitsland en BelgiŽ Bogard al enkele jaren is toegestaan."
Huijts vindt het des te vreemder omdat de werkzame stof difenoconazool in Nederland wel is toegestaan bij de bestrijding van schimmels in appels.
- Het middel Bogard is in het voorjaar 1997 voor de eerste keer beoordeeld door de CTB. Doordat het middel ten opzichte van het toegestane middel nauwelijks milieubelasting had, verwachtten deskundigen toelating in 1997. Het college van toelating had echter aanvullende vragen,waardoor het middel niet toegelaten werd.
- De antwoorden op de aanvullende vragen zijn door de importeur aan het CTB verstrekt. Voor 1998 verwachtten instituten, voorlichtingsdienst en landbouwbedrijfsleven de toelating. Weer stelde het CTB aanvullende vragen, waardoor het middel ook in het oogstjaar 1998 niet beschikbaar is.
-De vraag is zelfs of de fabrikant nu nog geld wil besteden aan de aanvullende vragen, omdat Nederland een hele kleine markt is en de kosten die hiervoor gemaakt moeten worden niet via verkoop van het middel terugverdiend kunnen worden.

Huijts is constant op zoek naar mogelijkheden om de milieubelasting van zijn bedrijf te verlagen. "Als ik dan aan een gewasbeschermingsdeskundige vraag of een bepaald middel ook op dit gewas werkt tegen die plaag, krijg ik meestal als antwoord: Ja, maar dat middel heeft geen toelating voor dit gewas." Als voorbeeld wijst hij naar het bestrijden van de witlofmineervlieg bij witlofpennen. "Het hiervoor toegelaten middel heeft voor grondwater een milieubelasting die ruim honderd maal hoger is dan wenselijk!
Een middel (met een zeer lage milieubelasting) tegen de bietenmineervlieg zou hier goed werken, maar dit middel heeft geen toelating voor de inzet tegen de witlofmineervlieg. Voor de fabrikant is de omvang van het Nederlandse witlofpennenareaal te klein om de toelatingskosten terug te verdienen", vermoedt Huijts. "Het huidig toelatingsbeleid is dus een duidelijke sta in de weg in het streven de milieubelasting verder terug te dringen."
Inmiddels zoekt de minister van LNV naar een oplossing voor deze problematiek van kleine specifieke toepassingen.

Europees
Volgens Huijts vormt een Europese toelatingsbeleid een echte oplossing. "Voor fabrikanten is het dan interessant om voor reeds toegelaten middelen ook een toelating voor kleine specifieke toepassingen aan te vragen. Echter op ambtelijk en politiek niveau is een Europese toelating nog ver weg", verzucht Norbert Huijts. Omdat een Europese overeenstemming nog veel tijd vergt, stelt Huijts een tussenstap voor. Nederland, Duitsland, Engeland, BelgiŽ, Frankrijk en Denemarken moeten onderling reeds afspraken maken.

Minder milieubelastende middelen
Huijts onderstreept dat hij niet uit is op de toelating van meer middelen, maar wel op de toelating van middelen met een lagere milieubelasting. Dat de toelatingsproblemen het gevolg zouden zijn van de hoge Nederlandse milieu-eisen verwijst Huijts naar het land der fabelen. "In Nederland zijn grondontsmettingsmiddelen met een hoge milieubelasting voor de bestrijding van de aaltjes toegelaten terwijl deze bij onze Oosterburen zijn verboden." In de contacten met Belgische en Duitse collega's zijn de bestrijdingsmiddelen, een vaak terugkerend gespreksonderwerp. Het stoort ons allemaal dat zij middelen mogen gebruiken, die wij niet mogen gebruiken, maar ook andersom.
En het vreemde is dat landbouwproducten, behandeld met deze middelen, over en weer wel worden verhandeld. Een middel dat aan deze kant van de grens schadelijk is voor de omgeving is dat ook aan de andere kant. Ook uit concurrentie-overwegingen is deze regelgeving niet correct en op deze wijze stimuleert ze niet het milieubewust denken van de Europese boeren."

Samenwerking
Huijts spreekt de hoop uit dat de mensen uit de landbouw, de politiek en de natuur- en milieu-organisaties zich in dit onderwerp zullen verdiepen en gezamenlijk ervoor zullen zorgen dat het toelatingsbeleid wordt gewijzigd in een systeem dat grensoverschrijdend minder milieubelasting oplevert. Hij neemt daarin duidelijk het voortouw. Zijn praktijkervaringen en grieven over het toelatingsbeleid stuurde hij inmiddels naar het college voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen, de Stichting Natuur en Milieu, de ministeries van LNV en Vrom, het CLM, het IRS, VEWIN, DLV en LTO-Nederland. Ook op zijn homepage besteedt Huijts aandacht aan deze zaak.

"Als landbouwsector moeten en kunnen we de milieubelasting fors verlagen", is de stellige mening van Huijts. "Veel bestrijdingsmiddelen hebben een negatieve invloed op onze flora, fauna en volksgezondheid en bovendien verwacht ik bij het veelvuldig gebruik van bepaalde middelen ook landbouwkundige nadelen. Ik denk aan resistenties voor middelen en daardoor een explosieve ontwikkeling van onkruiden, schimmels en insekten die het middel kunnen verdragen.
We kunnen de belasting verlagen omdat projecten in het begin van de jaren negentig hebben bewezen dat er goede alternatieven voorhanden zijn.
We moeten de afspraken die in het MJP-G gemaakt zijn, nakomen. De vele projecten (o.a. innovatieproject geïntegreerde akkerbouw, akkerbouw naar 2000) die in het begin van de negentiger jaren geweest zijn, hebben bewezen dat de landbouw op vele punten minder afhankelijk kan zijn van bestrijdingsmiddelen en dus minder kg actieve stof per ha nodig heeft.
De normen van het MJP-G zijn haalbaar, op sommige punten zelfs royaal. De milieubelastingspuntenlijst voor bestrijdingsmiddelen van het CLM kan de boeren bij het verlagen van de milieubelasting behulpzaam zijn", weet Huijts uit eigen ervaring.

Engeland
Huijts zou graag het Engelse "off label use" systeem in Nederland willen testen. Dit systeem biedt de mogelijkheid om voor vergelijkbare ziekten en situaties andere toegelaten middelen te gebruiken.
"Een correct gebruik van middelen moet dan wel gewaarborgd zijn. Dit zou goed kunnen door certificering. Met het CLM heb ik hierover reeds gebrainstormd. Het CLM is ervan overtuigd dat dit een reŽle mogelijkheid is om de milieubelasting van de bestrijdingsmiddelen fors te verlagen. CLM heeft toegezegd om aan het uitwerken van dit idee te willen meewerken.
Als bestuurslid van de Mergellandcorporatie zou Huijts het toejuichen indien een dergelijk project in Zuid-Limburg zou worden uitgevoerd. Door de opbouw van de bodem, de vele natuur- en cultuurwaarden en de ruime oppervlakte aan grondwaterbeschermingsgebied (40 %) is dit een zeer kwetsbaar gebied.
"Iedereen -tot en met de consument- heeft er baat bij dat de milieubelasting, die ontstaat bij de productie van ons voedsel, zo laag mogelijk is. Daar moeten we aan werken", besluit Huijts. Hij ontvangt overigens graag reacties op zijn visie via zijn e-mailadres.

 

Ontwerp: double standard design

bijgewerkt op 09 februari 2017